Confronta annuncio con traduzione

Altre traduzioni:

“Nessuno può servire due padroni.... ”

Nessuno può servire due padroni. Chi vuole collegarsi con Me, non potrà mai rivolgere gli occhi al mondo, perché Io posso esser trovato solamente al di fuori dal mondo, e se Mi devo far trovare, allora il desiderio per il mondo deve essere retrocesso, deve rimanere del tutto inosservato, perché il mondo appartiene al Mio avversario, è il suo reame, dove agisce e regna. Ed il suo tendere non è veramente di condurre gli uomini a Me tramite il mondo, ma lui cerca di respingerMi, cerca costantemente di mettere in primo piano il mondo, affinché Io sia dimenticato. Chi ora fra di voi prende sul serio lo sviluppo verso l’Alto, è impossibile che paghi ancora il suo tributo al mondo, si trova bensì ancora in mezzo al mondo che gli impone grandi pretese le quali deve adempiere, ma c’è già da fare una differenza fra l’adempiere il dovere ed il proprio desiderio per il mondo. Il dovere è totalmente nella Mia Volontà, perché terrenamente vi è posto un compito, accanto al quale però potete anche pienamente adempiere il vostro compito spirituale, la maturazione dell’anima, se non supera il desiderio per il mondo, che consiste nel fatto che delle gioie e brame terrene superano il desiderio per dei beni spirituali, in modo che l’uomo oltre a questo si dimentichi di Me, anzi il pensiero a Me gli è scomodo e perciò Mi rifiuta. Chi tende a creare per sé, cioè al suo corpo, un ultragrande benessere sia tramite l’adempimento di brame corporee, voglia dei sensi e della carne oppure anche tramite l’ammassare di beni materiali ed in ciò non pensa ai prossimi, chi tende solamente per sé stesso, è catturato dal mondo, è un volonteroso mezzo del Mio avversario e non troverà mai la via verso di Me, se non depone il desiderio per il mondo terreno, si interiorizzi e tenda a dei beni spirituali. Ambedue le cose insieme non sono possibili, allora serve due padroni e non svolgerà bene nessun servizio. Se Mi cercate, allora il vostro sguardo deve anche essere rivolto al Cielo, perché Io Sono in Alto, non in basso. Ma in basso è dove il Mio avversario ha il suo regno, dove voi dimorate ancora nel corpo, ma la vostra anima si può librare in Alto nel Mio Regno, a Me. Ma se il corpo è ancora nel regno del Mio avversario, allora l’anima, il vostro pensare, sentire e volere, si può comunque elevare in ogni tempo nelle sfere che si trovano al di fuori della Terra, ed Io pretendo questo da colui che Mi vuole trovare, che Mi vuole servire ed essere così Mio. Allora la scintilla spirituale in lui si collega con lo Spirito del Padre dall’Eternità, perché se tende verso Me in tutta la serietà, allora anche il suo cuore è colmo d’amore, che non ha nulla in comune con l’amore mondano. E questo amore si esprimerà verso il prossimo, ed allora l’uomo stabilisce già il collegamento con Me, si libera di ciò che appartiene al mondo, così da e serve il prossimo e, dato che Io ho rilasciato questo Comandamento, anche Me come suo Signore. L’amore mondano però è una forma di amor proprio, amore che l’uomo deve combattere, se vuole diventare beato. Quindi deve combattere anche l’amore per il mondo e cercare di adempiere i desideri dell’anima la quale, spinta dallo spirito in sé, si estenderanno su beni spirituali e dichiarano l’amore per Me. Perché Io Solo Sono il Signore il Quale dovete servire, se volete diventare beati.

Amen

Traduttore
Tradotto da: Ingrid Wunderlich

Niemand kan twee heren dienen!

Niemand kan twee heren dienen. Wie zich met Mij verbinden wil, zal nooit zijn ogen op de wereld kunnen richten, want Ik ben alleen buiten de wereld te vinden. En als Ik Me laat vinden, dan moet het verlangen naar de wereld opzij worden gezet. Ze moet totaal geen aandacht krijgen, want de wereld behoort tot mijn tegenstander. Ze is zijn domein waar hij heer en meester is en zijn streven is er waarlijk niet op gericht de mensen door de wereld naar Mij te leiden, integendeel, hij probeert Mij te verdringen. Hij tracht steeds de wereld op de voorgrond te plaatsen, opdat Ik zal worden vergeten. Wie onder u het met de positieve ontwikkeling nu ernstig meent, kan de wereld nog onmogelijk haar tol betalen. Hij staat weliswaar nog midden in de wereld die grote eisen aan hem stelt die hij moet nakomen, maar er valt wel onderscheid te maken tussen de vervulde plicht en een eigen verlangen naar de wereld. Het eerstgenoemde is geheel volgens mijn wil, want er is u, aards gezien, een taak gesteld, waarnaast u echter ook volop uw geestelijke opdracht - het vervolmaken van de ziel - zult kunnen vervullen, als het verlangen naar de wereld maar niet overheerst, wat daarin bestaat dat aardse vreugden en begeerten de overhand hebben op geestelijke goederen, zodat de mens door dit alles Mij vergeet, zelfs de gedachte aan Mij voor hem lastig is en hij Mij zodoende verwerpt. Wie ernaar streeft zich - dat wil zeggen: zijn lichaam - een te grote mate van welbehagen te verschaffen, hetzij door het vervullen van lichamelijke begeerten, zinnelijke en vleselijke lust, of ook wel door het vergaren van materiële goederen en daarbij niet aan zijn naaste denkt, wie dus alleen maar streeft naar eigen welzijn, die is door de wereld gevangen. Hij is een gewillig werktuig van mijn tegenstander en hij zal nooit de weg naar Mij vinden als hij het verlangen naar de materiële wereld niet laat varen, zich verinnerlijkt en streeft naar geestelijke goederen. Beide tegelijk is niet mogelijk, want dan dient hij twee heren en zal hij geen van beide diensten goed vervullen. Als u Mij zoekt, moet uw blik ook op de hemel gericht zijn, want Ik ben boven, niet beneden.

Beneden echter is waar mijn tegenstander zijn rijk heeft, waar u nog lichamelijk vertoeft, maar van waaruit uw ziel altijd omhoog kan stijgen in mijn rijk, naar Mij. Bevindt het lichaam zich echter nog in het rijk van mijn tegenstander, dan kan de ziel - uw denken, voelen en willen - zich toch steeds verheffen in sferen die buiten de aarde liggen. En dat verlang Ik van hem die Mij wil vinden, die Mij wil dienen en dus de mijne wil zijn. Dan verbindt de geestvonk in hem zich met de Vadergeest van eeuwigheid, want als hij in alle ernst naar Mij streeft is ook zijn hart vervuld van liefde, die met de liefde tot de wereld niets gemeen heeft. En deze liefde zal zich tegenover de naaste uiten en dan brengt de mens de verbinding tot stand met Mij, hij doet afstand van datgene wat de wereld toebehoort. Op die manier geeft hij aan de naaste en is hem behulpzaam en, omdat Ik dit gebod heb uitgevaardigd, dient hij ook Mij als zijn Heer. De liefde tot de wereld is een vorm van eigenliefde, de liefde die de mens bestrijden moet, wil hij zalig worden. Dus moet hij ook de liefde tot de wereld bestrijden en proberen de wensen van de ziel te vervullen die, gedreven door de geest in zichzelf, betrekking zullen hebben op geestelijke goederen en blijk geven van de liefde tot Mij. Want Ik alleen ben de Heer die u moet dienen als u zalig wilt worden.

Amen

Traduttore
Tradotto da: Gerard F. Kotte